Frans innovatiecluster is vooral een wetenschapscluster

Ingeklemd tussen de bergen Chartreuse, Vercors en Belledonne ligt het pittoreske Grenoble, waar een grote hoeveelheid wetenschappelijke instellingen in smetteloos witte gebouwen is ondergebracht. Zo’n twintig Europese wetenschapsjournalisten waren er vorige week te gast.

 

bezoek aan de cleanroom van CEA
bezoek aan de cleanroom van CEA

Het Franse landschap trekt in volle vaart aan me voorbij: glooiende heuvels met dotjes bomen, koeien, schapen en her en der een dorpje. Met een reis met de TGV sluit ik een bezoek aan het wetenschaps- en technologiemekka Grenoble in stijl af. Na Parijs herbergt deze stad het grootste wetenschapscluster van Frankrijk, zegt men. Tijdschrift Forbes verkoos de stad onlangs tot de vijfde innovatiehub ter wereld (overigens deed Eindhoven het met een tweede plek nog beter). Het zijn in ieder geval redenen genoeg om al deze haute technique eens met eigen ogen te bekijken. De Europese vereniging van wetenschapsjournalisten, EUSJA, organiseerde dit bezoek aan de campus, genaamd GIANT (Grenoble Innovation for Advanced New Technologies). Het is een overkoepelende naam die alle universiteiten en onderzoeksinstellingen in de stad bundelt.

 

Kruisbestuivingen

Het doel is dat GIANT niet alleen een marketinginstrument is, maar dat er daadwerkelijk kruisbestuivingen tussen de verschillende disciplines ontstaan. Zo bezochten we het ESRF (European Synchrotron Research Facility), een experimentele faciliteit waar ze door middel van zeer krachtige röntgenstraling onder andere microscopisch kleine eiwitkristallen bestuderen. Het was de eerste en is nog altijd de meest belangrijke synchrotron ter wereld. Zij hebben veel relaties met het naastgelegen EMBL (European Molecular Biology Laboratory), waar ze onder andere dezelfde eiwitkristallen bestuderen, maar dan met neutronen. Met als voordeel dat ze niet direct verwoest worden. De sterkte röntgenstralen van het ESFR vernietigen binnen vijf seconden alles op hun pad.

 

Op een eilandje

De relatie tussen ESRF en EMBL is logisch, maar voor veel andere instituten is die link minder duidelijk, hoe graag ze dat ook willen. Een manager van een onderzoeksinstituut vertelde dat zijn onderzoekers de werking van een medicijn prachtig in kaart hadden gebracht, en dat dat voor farmaceutische bedrijven zeker interessant zou zijn voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Maar de bedrijven wisten niet af van het bestaan van dit onderzoek en de onderzoekers wilden er zelf ook niet mee de boer op gaan. Een mooi voorbeeld van de kloof tussen wetenschap en bedrijfsleven. GIANT is juist in het leven geroepen om dat soort tekortkomingen op te lossen. De Grenoble Ecole de Management (GEM) kan daarin een sleutelrol vervullen. Vooralsnog opereren veel instituten op hun eigen eilandje. Institut Néel is het nanotechnologielab van de CNRS, en dat is dan weer een soort uit zijn krachten gegroeide NWO. Het instituut is recent samengegaan met andere instituten die zich met nanotechnologie bezighouden. Maar nog altijd is er een ander nanotechnologielab in Grenoble, met als enige verschil dat ze een ander soort CAO hebben. Na een intensief driedaags bezoek beginnen al die namen van al die instituten bij iedereen te duizelen. Bovendien maken de Fransen er een sport van om telkens weer de complete samenhang van alle instituten te willen presenteren: ‘Ons instituut A is onderdeel van instituut B, en daaronder vallen ook nog instituten C tot en met Z. Ik zal elk instituut even toelichten. Alvast sorry daarvoor.’ Overigens zijn de meeste Fransen abominabel slecht in presenteren (ze maken de bekende fout om telkens naar het scherm achter zich te kijken en hun sheets op te lezen), maar dat is een ander verhaal.

 

Ondernemen is vies

Er wordt in Grenoble ongetwijfeld veel baanbrekend wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd, maar als leek kan ik dat niet goed genoeg inschatten. Wat ik wel duidelijk kan observeren is dat de aansluiting tussen wetenschap en bedrijfsleven bijzonder matig is. Wetenschap en zelfs innovatie wordt in Frankrijk gezien als een overheidstaak. Bedrijven nemen geen deel in GIANT. Wetenschappers vinden ondernemen een vies woord. De vestiging van een managementschool te midden van al dat wetenschapsgeweld is een goede ontwikkeling, en veel instituten pronken met de hoeveelheid startups die zij hebben voortgebracht. Maar we hebben zelf geen enkel bedrijf van binnen gezien, hoewel er veel hightechbedrijven zitten, zoals Alstom, Thales, Schneider Electric en ST Microelectronics.

 

Internationale sfeer

Het centrum van Grenoble is niet bijzonder, maar de ligging van de stad tussen de bergen is prachtig en het klimaat is aangenaam. Lekker warme zomers en een heerlijke nazomer op dit moment. En in de winter kun je er goed skiën. Grenoble trekt dan ook veel internationale wetenschappers aan. Die internationale sfeer is zeer inspirerend en is wellicht cruciaal om die hoge plek als innovatiecluster te behouden of versterken. Nu nog wat meer internationale bedrijven die wat beter in staat zijn om de kennis en technologie uit al die instituten te gelde te maken. Al hebben ze het met ‘hun’ treinenbouwer Alstom een stuk beter voor elkaar dan wij met onze falende Ansaldo Breda-treinen. Na de Train à Grande Vitesse nu nog de Transfert de Technologie à Grande Vitesse.