Zonnig met hier en daar een plasmawolk

Verslag EUSJA-reis ITER, Cadarache, Zuid-Frankrijk

 

Een internationaal reisgezelschap is altijd leuk. Een Italiaan vertelt saillante details over de rare gedragingen van Berlusconi, een Russische vertelt hoe ze het verlammende persregime ontduikt en een Ier vertelt over Ierse spookwijken veroorzaakt door de vastgoedcrisis. Leuk om te zoeken naar verschillen en parallellen tussen landen. Bij het kernfusieproject ITER zijn al die internationale gesprekken aan de orde van de dag. Maar daar blijft het niet bij borrelpraat. Op internationaal niveau moeten keiharde afspraken gemaakt worden om de meest complexe machine ter wereld te maken. Een haast onmogelijke opgave.

 

 

 

‘De stand van de zon maakt van bougainville vuurwerk’, zingt Bløf in een liedje over Zuid-Frankrijk. Ik moet er vaak aan denken als ik in Aix-en-Provence ben, de stad waar ik acht jaar geleden gestudeerd heb en waar ik nog regelmatig kom, omdat ik er mijn hart aan verpand heb. De zon doet hier iets met je. Niet alleen door je benen te bruinen danwel te verbranden. De felle en omnipresente zon hier brengt de mooiste kleuren in gebouwen, straatjes, bloemen en bomen naar boven.

 

Zon in een doosje

Het is dan ook heel toepasselijk dat op deze plek wordt geprobeerd om de zon in een doosje te stoppen. Of, zoals Pierre-Giles de Gennes, Natuurkunde Nobelprijswinnaar, zei: ‘We zeggen dat we de zon in een doosje gaan stoppen. Een mooi idee. Jammer alleen dat we niet weten hoe we dat doosje moeten maken.’ Op 45 minuten rijden ten noorden van Aix wordt gewerkt aan een complexe machine die de processen die zich op de zon afspelen moet nabootsen: kernfusie. In tegenstelling tot kernenergie worden hier atomen samengevoegd in plaats van gesplitst. En dat levert slechts een verwaarloosbare hoeveelheid kernafval op, die bovendien ‘slechts’ honderd jaar radioactief blijft. Deze machine moet op termijn meer energie produceren dan dat erin gaat: 50 Megawatt energie gaat erin, door de enorme kracht die vrijkomt bij kernfusie zou dat 500 Megawatt energie op moeten leveren. Het is mogelijk, aldus de wetenschappers werkzaam bij dit project genaamd ITER. Een van de wetenschappers verzekerde ons ervan dat er geen ‘show stoppers’ meer zijn. Althans, op technisch vlak. De internationale samenwerking en politieke wil die benodigd is voor zo’n project, da’s een heel ander verhaal.

 

Foutje

Maar liefst zeven landen (China, India, Japan, Korea, Rusland, VS) én de EU zijn verenigd in het project. Alle landen maken – in eigen land – een stukje van de machine. Uiteindelijk moet het in Frankrijk allemaal tezamen komen. De assemblage van al die onderdelen (het schijnen er meer dan een miljoen te zijn) bezorgt de wetenschappers nu al veel hoofdpijn. De toleranties zijn minimaal: als een onderdeel een paar millimeter groter is dan afgesproken, dan past het al niet meer. En dan heb ik het nog niet eens over de bizarre temperaturen die de materialen moeten ondergaan; middenin het plasma (waarin de kernfusie plaatsvindt) is de temperatuur zo’n honderdvijftig miljoen graden. De supergeleidende magneten zijn -269 graden en de muren rond het plasma mogen ‘maar’ een paar honderd graden worden. Geen wonder dat de hoogste eisen aan de materialen worden gesteld, en dat de ITER-organisatie streng toeziet op een kundige fabricage. Daar gaat het nog geregeld mis. De Italianen bedachten bijvoorbeeld ineens een andere lasmethode voor de vacuumkamer. En in Japan had iemand een handdoek op een meterslange spoel laten liggen. Toen die werd opgerold, heeft de handdoek een deel van de spoel verwoest.

 

Chinglish

Communicatie is essentieel om dat soort fouten vroegtijdig te corrigeren. ITER heeft daarvoor een video-conferencing systeem dat – tot mijn verbazing – ook echt vlekkeloos werkt. We hadden een conference call met leden uit alle windstreken. Vijf deelschermen toonden fusie-onderzoekers uit Spanje, VS, India, China en Rusland. Vragen en antwoorden en zelfs een beetje discussie voeren was zo mogelijk, zonder enige vertraging of verstoring in de verbinding. Het maakt zo’n ingewikkeld internationaal project misschien een stukje makkelijker. Maar verschillende interpretaties en culturen zullen er altijd blijven. De Chinese videobeller sprak bijvoorbeeld een raar soort ‘Chinglish’. Later vertelde een ITER-medewerker me dat hij zich regelmatig ergert aan de Chinezen: ‘Ze doen hun best niet om goed Engels te praten.’ Het project kost miljarden euro’s en heeft al forse vertraging opgelopen. Maar gezien de ambitieuze doelstelling – om de zon in een doosje te stoppen - is dat niet verwonderlijk. Ik vind het al heel wat dat ze erin slagen alle deelnemers in een conference call te stoppen. Dus ik verwacht er veel van. Tot die tijd geniet ik nog even van de Zuid-Franse zon. Tijd dus om mijn laptop dicht te klappen en me met een pastis neer te vleien op een terrasje op Place Richelme.

 

Een Engelstalige versie van deze blog is te lezen op de EUSJA-website