My First Jaunt*

Norsk Form/Kjersti Gjems Vangberg
Norsk Form/Kjersti Gjems Vangberg

Het is een spraakmakend fenomeen in journalistenland: de Snoepreis. Al jaren hoor ik collega's over 'veldwerk' naar leuke bestemmingen, zoals een Arcadis-reisje naar de VS, een reis van het Turks toerismebureau naar Troje en - de meest gehoorde - een Yakult-reis naar Japan. Er is geen enkele verplichting om iets te publiceren naar aanleiding van zo'n reis, maar de Yakult-journalisten waren toch wel opvallend positief over probiotica. En Jop de Vrieze schrijft dat hij met net wat meer aandacht naar Zweedse persberichten kijkt, sinds hij daar gratis heen mocht op uitnodiging van een Zweeds ministerie. 'Wiens brood men eet, diens woord men spreekt', is zijn vrees. Vorige week was ik voor het eerst aan de beurt.

 

 

De Noorse ambassade nodigde me uit voor een conferentie in Oslo, Noorwegen over design voor ontwikkelingslanden. Een onderwerp waar ik, niet toevallig, een artikel over aan het schrijven ben. Mooi designhotel, vliegticket, diners, guided tour door twee musea: het werd allemaal betaald. De eerste avond begon het bacchanaal al met heerlijk eten, cava en veel, veel wijn. Terwijl alcohol in Noorwegen heel duur *schijnt* te zijn. Bovenal een fijn gezelschap van twee Poolse journalisten, een Finse journalist, een Noorse en een Canadese ontwerper. Bij het tweede diner was onder andere een Libanese ontwerper uit Beiroet mijn tafeldame.

 

Door dat gezelschap van maar liefst twintig nationaliteiten gingen veel gesprekken over onze landen van herkomst. Zo heb ik geleerd dat Finland een Zweedse minderheid van 300.000 mensen heeft, dat het nachtleven in Beiroet immer doorgaat en er bijzonder hedonistisch aan toe gaat en dat sommige Poolse steden leeglopen. Andersom heb ik aan een Poolse het 'Polenmeldpunt' van de PVV uitgelegd (pijnlijk). Verder was het foodcourt Mathallen een lust voor het oog en de mond, leerde ik over het duistere leven van Edvard Munch en zag ik idiote moderne Amerikaanse kunst in het prachtige nieuwe Astrup Fearnley Museum (het gebouw, met veel hout, is een ontwerp van Renzo Piano).

 

Maar wacht eens even, ik ging er toch heen met een zakelijke missie, namelijk een artikel over design? Uiteraard heb ik me de hele dag laten doceren op dit gebied. Sommige sprekers toonden concrete resultaten. Zoals een handig vest voor mensen die landmijnen opruimen, of een rolstoel die ook in gebieden zonder straten en stoepen (uberhaupt infrastructuur) handig is. Twee vrouwelijke Amerikaanse sprekers vertelden vooral een sentimenteel verhaal over people centered approach en *allebei* wilden ze een overledene eren tijdens hun speech. 'Ik heb dit nog nooit verteld zonder te huilen', vertelde de ene. Vertel het dan niet, denk ik dan als nuchtere Hollandse, die daar totaal niet op zit te wachten. 

 

Hoe dan ook, het Snoepreisje smaakte mierzoet. Maar de vulling, de inhoud, viel tegen. Het is nog onduidelijk welke opgedane kennis daadwerkelijk mijn artikel haalt. Zonde van de tijd? Misschien wel. Maar het congres heeft me in ieder geval niet laaiend enthousiast over Noors design gemaakt. Ik zal dus niet met oogkleppen op een Noors pr-verhaal gaan optekenen. Wel ben ik heel enthousiast over mijn mede-wereldburgers en hun leefsituaties. Misschien laat ik me voor mijn volgende project wel onderdompelen in het hedonistische Beiroetse nachtleven. Participerende journalistiek, heet dan dan. Wie geeft er een rondje?

 

 

*Jaunt blijkt Engels te zijn voor snoepreisje, zo blijkt uit een Twitter-rondvraag. Met dank aan kantoorgenoot @SidneyVollmer die via Twitter mijn vraag verspreidde, en aan @RonaldGiphart die daarop reageerde.